Perspectieven voor duurzame productie en afzet

De 9e internationale schelpdierconferentie die op 22 en 23 januari 2026 is gehouden in de DaVinci bioscoop en de naastgelegen expositieruimte de Babbelaar in Goes, trok in totaal bijna 300 deelnemers uit binnen- en buitenland. De locatie nabij de Zeelandhallen is goed bereikbaar en beschikt over de juiste faciliteiten. De beurs was goed bezet met ruim 20 deelnemende bedrijven en instellingen. De nieuwjaarsreceptie van de Producenten Organisatie van de Nederlandse Mosselcultuur en de Nederlandse Mosselveiling op donderdagmiddag was een goed bezocht onderdeel van de conferentie. Tijdens de receptie zijn prijzen uitgereikt voor de beste posters. De conferentie werd geopend door de Zeeuwse gedeputeerde Jo-Annes de Bat, en via een video speech door eurocommissaris Costas Kadis Het programma van die dag ging over de vraag naar schelpdieren, met name bij jongeren. Dit was georganiseerd in samenwerking met het project SeaNext dat is gericht op het positioneren van seafood - waaronder schelpdieren - in de eiwittransitie. Op vrijdag was de focus op schelpdierkweek, en de kansen voor de koppeling met onder meer toerisme en natuurbeheer. ’s Middags kwamen de ervaringen van jonge mossel en oesterkwekers aan bod, en van vrouwelijke ondernemers in de sector. Door ruim 25 sprekers en panelleden is ingegaan op de perspectieven van schelpdieren als smakelijk, gezond en duurzaam gekweekt voedsel. Van belang is dat met name de jonge consument beter wordt bereikt en bediend, en dat nieuwe regels voor natuurbeheer ruimte blijven bieden voor duurzame productie.

Deelnemersveld

Er zijn voor deze conferentie in totaal 291 deelnemers geregistreerd. Er waren 83 schelpdierkwekers, 40 medewerkers van handelsbedrijven, 80 adviseurs en ambtenaren, 49 onderzoekers en studenten, en 39 standhouders. Daaronder 54 buitenlanders inclusief een delegatie uit Schotland van 12 personen. Deze opkomst is de hoogste sinds het begin van de serie conferenties in 2007.


De Beurs

De beurs telde 24 stands van bedrijven en instellingen uit Nederland, UK, Frankrijk, Spanje, Italië, Ierland en Australië. De expositieruimte De Babbelaar bood voldoende plaats voor alle deelnemers en bleek een goede ambiance te zijn voor contacten onderling en met deelnemers.

Poster presentaties en poster awards

Er waren 15 posters aangemeld en de jury bestaande uit Bram Bierens (vz), Jouke Heringa en Nathalie Steins bleken in staat om meteen op de eerste dag een selectie te maken van de 3 beste posters. Tijdens de receptie zijn de awards uitgereikt aan nr 1 Jildou Schotanus, over PFAS in mosselen, nr 2 Natan Hoefnagel De beste plaats voor de vetste mossel en nr 3 Natasja Jansen: krabben en staalslakken.

Presentaties en paneldiscussies

Donderdag 22 januari

Schelpdierkweek levert gezond voedsel, heeft een gunstige voetafdruk en versterkt natuurwaarden. Mosselen en oesters zijn geliefd bij de kenners, maar de afzet loopt terug, met name onder jongeren, terwijl er juist behoefte is aan duurzaam geproduceerde eiwitten. Om hier meer zicht op te krijgen is de eerste dag van de conferentie deze keer georganiseerd in samenwerking met het project SeaNext. Door consumentenonderzoek, trendanalyses en praktijkvoorbeelden brengt SeaNext de jonge consument in beeld en wordt verkend hoe seafood een vanzelfsprekende keuze kan worden. SeaNext projectleider Lisa Koopman ging in op de missie van SeaNext en het door YoyGov uitgevoerde marktonderzoek. Daaruit blijkt onder meer dat de vraag van de jonge consument niet goed aansluit bij het klassieke supermarkt aanbod van mosselen in porties van 2 kg. Jongeren hebben eerder 7 eetmomenten per dag dan ontbijt, lunch, diner. Verder zijn jongeren ingesteld op simpele en snelle bereiding. Dus er is meer aandacht nodig voor schelpdieren als snack voor tussendoor en voor kleinere porties. Talisa Ong van de Forward club ging verder in op de belevingswereld van jongeren. Het begrip eiwittransitie zegt ze weinig, en het beeld bestaat dat seafood lastig te bereiden is. Door in te spelen op trends kan de aansluiting met de jonge consument worden gevonden. Ze noemt onder meer het flex ritme, de interesse in lokaal geproduceerde producten, het persoonlijk ingevulde voedingspatroon en de rol van verhalen over de herkomst van producten en door wie het is geproduceerd. Hoe pakken deze trends uit in de praktijk: snackification, zeg maar mosselburgers, maar ook wild ’n zilt: verse vis in een korte keten. De deelnemers worden opgeroepen zelf te sparren over aansprekende voorbeelden over voedsel innovaties. In de discussie komt het voorbeeld van het mosselfeestje voorbij: kleine porties mosselen in een karakteristiek pannetje voor in de magnetron. Pim van Engelenburg liet vervolgens zien hoe hij scholieren mosseleducatie geeft door samen te koken, bijvoorbeeld met docent Jeroen Schuurmans en student Sil van Elk uit Den Bosch. Dat bleef niet bij woorden alleen want in de pauze serveerden zij platte oesters met zoetzure komkommer, wasabischuim, parels van sojasaus, met daikoncress. Een geslaagde combinatie!
Eleanor Adamson
van Fishmongers UK verhaalde hoe het ‘fish in schools hero’ programma werkt op middelbare scholen in de UK, waar voedseleducatie een vast onderdeel is van het lespakket. Haar missie is om meer docenten met schelpdieren te laten werken, dat is nu maar 3 %. Ze trainen docenten, krijgen mosselen gesponsord en reiken prijzen uit en zien de belangstelling toenemen, voor seafood, met name ook voor schelpdieren. Vervolgens ging Donaat Mortelmans, van het Vlaams Centrum voor Agro Visserij Marketing en de Belgische supermarktketen Colruyt, in 2op de eetgewoonten van de Belgische consument. Mosselen zijn populair, ook onder jongeren en met name in het gewest Brussel. Wel is er een dalende trend in de consumptie, en een stijgende prijs. Via uitgebreide campagnes o.a. met bekende chefs, educatie op scholen en via tv, en het visvanbijons project wordt seafood gepromoot. Colruyt heeft een bescheiden eigen offshore mosselkwekerij nabij Nieuwpoort. Na de lunch brak Camiel Derichs van MSC international een lans voor seafood als duurzame voeding. Hij ging in op mondiale trends: met name jongeren maken zich zorgen over de oceanen, maar willen ook minder vlees eten. Seafood, met name schelpdieren hebben een lagere voetafdruk, dus duurzame kweek en vangst bieden perspectief. Het MSC label wordt daarvoor meer en meer toegepast, wereldwijd zijn er 25 schelpdiersoorten gecertificeerd in 17 landen, met een totale productie van 1,17 miljoen ton. Dit wordt bevorderd doordat supermarkten dit tegenwoordig eisen.
Bart Fischer
, retail specialist, schetste hoe het visvak er uit zou kunnen zien. Daarbij ingaand op de eisen van de jonge consument, en voortbordurend op de trends uit de presentatie van Alisa Ong. In het visschap van de toekomst vind je afdelingen met als labels: gemak, lokaal, duurzaam, gezond, attractief om te delen. Met behulp van AI toverde hij een keur aan potentiële verpakkingen op het scherm. Plus de verhalen die erbij horen, in de categorieën: bewust genieten (eat now), klassieken (altijd goed), innovatief (snel en duurzaam), koken met impact (vers) tot en met gastronomie. Dit was de aanjager voor de paneldiscussie die daarop volgde, gemodereerd door Lisa Koopman, met naast de eerdere sprekers Peter Paul Mertens, directeur Visserijen van LVVN, en uit de schelpdier sector Carolein van de Plasse (Delta) en Quirine van Wirdum (Roem van Yerseke). Issue: hoe krijg je de jonge consument aan de schelpdieren? Met wederom de paradox aan de orde: het product heeft alles in zich om op veel heel veel punten goed te scoren, maar de consument weet dat niet. Dus betere promotie, meer samenwerking in de hele keten en educatie. En passant werd nog een primeur gemeld door Peter Paul Mertens: de Blue Deal krijgt een vervolg: fase 2.0 gaat van start, en kan hierbij een belangrijke rol vervullen.

Vrijdag 23 januari

Het programma van vrijdag ging van start met een presentatie van Eva Hartog van de HZ over nieuwe locaties voor mosselkweek. Een quick scan van 2015 liet zien dat er meerdere potentieel geschikte kweeklocaties zijn in de Voordelta en de Westerschelde. Op één van die locaties in de Westerschelde is het bedrijf de Zilte Oogst een pilot gestart met mosselzaad invang en mosselkweek. Op basis van NVWA data wordt de waterkwaliteit in de monding van de Westerschelde toereikend geacht voor kweek- en oogst van mosselen. Eva liet zien dat de PFAS waarde van gemiddeld 0,9 µg/kg mosselvlees (natgewicht) ruim onder norm van 5 µg/kg ligt. De mosselen groeien goed en er wordt voldoende zaad ingevangen, zodat nu kan worden gewerkt aan opschaling tot rendabele volumes.
De actuele problemen met sterfte van grote hoeveelheden mosselen en kreeften in de Oosterschelde hebben geleid tot uitgebreide onderzoeksprogramma’s. Jildou Schotanus van WMR gaf een update van de stand van zaken. Eenduidige oorzaken zijn er niet. Het is wel opvallend dat de watertemperatuur in de Oosterschelde sinds 1990 met gemiddeld 3 oC is gestegen zowel in de zomer als in de winter. Dit kan tot stress leiden en in de mosselen zijn inderdaad stress indicators vastgesteld. Dit leidt tot minder weerstand, en dan zou de nieuwe bacterie soort Francisella 3halioticida die o.a. in Frankrijk wordt gerelateerd aan sterfte, een rol kunnen spelen. Wat de kreeften betreft is het opmerkelijk dat er in de Grevelingen geen verhoogde sterfte optreedt. Mogelijke effecten van staalslakken die op grote schaal in de Oosterschelde zijn gestort zijn niet vastgesteld. Er resteren dus nog heel wat vragen, onder meer over de mogelijke effecten van bestrijdingsmiddelen. Opmerkelijk is dat er in 2025 helemaal geen meldingen zijn van sterfte. De mosselen doen het goed, maar de voorraden zijn wel veel kleiner, dus minder competitie. Het lijkt er verder op dat de kreeftenpopulatie zich weer herstelt. Wordt vervolgd.
De juristen van LGLlegal Werner Lindhout en Megan Claessen gaven uitleg over juridische kant van de herziening van beheerdoelen voor beschermde natuurgebieden waar de overheid mee bezig is. Het ziet er naar uit dat de eisen aan de benodigde vergunningen voor de mossel en oesterkweek, die nu eenmaal plaats vindt in gebieden die onder de natura 2000 regels vallen, veel strenger gaan worden. Dit komt niet omdat de natuur achteruit gaat, maar omdat er door de overheid een nieuwe methode wordt gehanteerd voor het bepalen van de beheerdoelen. Het is dus niet een update van de doelen, maar een heel andere benadering. De juristen hebben uitgezocht wat de beroepsmogelijkheden zijn tegen deze benadering. Het blijkt dat landelijke doelen als zodanig niet via juridische weg kunnen worden aangevochten. Dat kan alleen voor maatregelen die voortvloeien uit de herziene doelen, en die betrekking hebben op concrete vergunningaanvragen voor specifieke gebieden. En daarbij kan er waarschijnlijk niet meer worden ingegaan op de nieuwe methodiek, die ten grondslag ligt aan de maatregelen, en die leidt tot onwerkbare situaties. De sprekers zien hierin een serieuze bedreiging voor de sector. In de zaal is de stemming: het wordt erop of eronder. Men zal het van de politiek moeten hebben.
De volgende sessie van de vrijdagochtend ging over de mogelijkheden om schelpdierkweek te combineren met andere activiteiten. Het is een weerslag van een internationale workshop voorafgaand aan de conferentie. Wat kan je bijvoorbeeld doen met mosselen uit de Baltische zee, die door het lage zoutgehalte wel kunnen gedijen en weinig natuurlijke vijanden hebben – zeesterren kunnen niet tegen zoet water - , maar klein blijven. Maya Mitell van Submariner uit Duitsland liet zien dat de mosselen op meerdere manieren worden benut, onder meer voor waterbeheer en bestrijding van overbemesting. Voor de mosselen zelf is een rendabele route gevonden onder de titel Baltic muppets, voor petfood. Daar wordt goed voor betaald en levert waardevolle producten op zoals hondensnacks. De restproducten worden gebruikt in tuinmest. Wat mosselkweek voor natuurbeheer betekent, is het promotie onderwerp van Lotte Bouwman van WMR. Haar onderzoek in de Waddenzee is gericht op de effecten van mosselkweek op de biodiversiteit en in deze presentatie gaat ze in op de ontwikkeling van visgemeenschappen op nieuw aangelegde mosselkweekpercelen in vergelijking met de situatie van voor de aanleg van percelen. Na de start van de kweek zijn meer (totaal 16) vissoorten bemonsterd, het grootste deel daarvan bestaat uit soorten die er jaarrond voorkomen. Het gemiddeld aantal vissen dat in kubben is gevangen varieert nogal in ruimte en tijd; op de meeste locaties zijn de aantallen hoger dan voor de kweek. Stefano Carboni (International Marine Center, Italy; NORA) ging (online) in op het herstel van de platte oesterpopulatie op Sardinië. De start lag in de ontwikkeling van de kweek van Japanse oesters in de lagunes van het eiland, in plaats van wilde visserij. In enkele jaren werd Sardinië de grootste oesterproducent van Italië. Vervolgens is de overstap gemaakt naar de ontwikkeling van de platte oesters, om te beginnen met een hatchery/nursery systeem. Inmiddels wordt gewerkt 4aan opschaling van de kweek en het herstel van natuurlijke populaties in de lagunes. Natuurbeheer en oesterkweek gaan hier hand in hand. Dat model wordt ook toegepast op andere plekken in Europa, waaronder Nederland. Deze initiatieven zijn verenigd in de Native Oyster Restoration Alliance (NORA) waarvan Stefano momenteel de president is.
Op vrijdagmiddag was de aandacht gericht op de mensen in de sector, met Marloes Kraan (WUR en DCC) niet alleen als sessievoorzitter maar ook als moderator van de paneldiscussies. Adriaan Cornelisse van The Oysterfarm gaf een inkijk in de moderne bedrijfsvoering. Om plagen, zoals de oesterboorder, te bestrijden zijn er nieuwe kweekmethoden geïntroduceerd. Deze innovaties gaan verder dan alleen de kweektechniek, de hele kweekcyclus wordt meer in eigen hand gehouden. Triploïde oesters uit de broedhuzien, off-bottom kweek in zakken of mandjes in de waterkolom, machinaal sorteren en kwaliteitsborging. Hij betrekt veel jongeren bij het werk die daarvoor zeer gemotiveerd zijn omdat er ruimte is voor flexibele inzet en eigen inbreng: “In tegenstelling tot vroeger, toen je wist met wie je aan het werk ging maar niet welk werk zich die dag aandiende, weet je nu precies wat er moet gebeuren, maar niet met wie.” Deze flexibiliteit is volgens Adriaan wel de formule om jongeren enthousiast te krijgen.
In het jongerenpanel met Adriaan en de mosselkwekers Lambrecht Nieuwenhuize (YE-57) en Daniel Riedijk (YE-30) werd hierop verder ingegaan. Zij komen beiden, net als Adriaan uit schelpdierfamilies. Na de zeevaartschool aan het werk aan boord van de kotters en dat bevalt ze heel goed. Zij zien genoeg perspectief in de sector, ook al zijn er altijd wel hobbels te nemen. Financiering van bedrijfsovername is bijvoorbeeld een lastige kwestie omdat de garantie van de perceelpacht aan veel kortere termijnen is gebonden, in vergelijking tot de eisen die banken stellen. Het beeld is niettemin dat de schelpdiersector ook voor nieuwe generaties genoeg te bieden heeft.
Vervolgens was de focus op de rol van vrouwelijke ondernemers in de sector, ingeleid door Sarah Holmyard, directeur van de organisatie UK Women in Fisheries en tevens commercieel directeur van Offshore Shellfish van de Holmyard familie, een goed bekende op de conferentie. Zij hield een persoonlijk verhaal over haar ervaringen in uiteenlopende werkkringen in de visserij en aquacultuur. Het is al lang niet meer een uitsluitend door mannen gedomineerde wereld, maar de omslag gaat niet vanzelf. Leiderschap nemen en vooral sterke netwerken bouwen met andere vrouwen is haar overtuiging, die ze met verve bracht. Vooruitgang door samenwerking, en veel aandacht voor educatie om jongeren erbij te betrekken is haar advies.
Dit werd verder opgepakt in het panel met Ida Sinke (Kotra en OWV), Jolanda Smal-van Damme (oesterij) en Merel Seinen (Meromar). Deze vrouwen komen allen uit schelpdierfamilies, maar dat betekent niet dat ze vanzelfsprekend werden geaccepteerd als medewerkers. In de Sinke familie gold vroeger: “geen vrouw of kip aan boord van ‘t schip”. Het verandert wel, maar er zijn logische barrières zoals ook in andere sectoren, bijvoorbeeld als het gaat om werken aan boord op de Waddenzee met thuis jonge kinderen op te voeden. Intussen bestaat het personeel bij de Oesterij bijvoorbeeld in meerderheid uit vrouwen. De boodschap die Sarah Holmyard meegaf “ de toekomst van de sector hangt van innovatie, duurzaamheid en mensen – en vrouwen zullen daarin een centrale rol spelen’’ werd duidelijk onderschreven.
De conferentie werd afgesloten door een interactieve en zeer levendige sessie onder leiding van Nathalie Steins (WMR). De hele zaal schoot in actie met de opdrachten van Nathalie om groepjes 5te vormen, stellingen te formuleren en onderling uit te wisselen, punten te scoren, waar uiteindelijk diverse aansprekende PR ideeën uit voort kwamen:
“make mussels great again”
“mosselboer zoekt vrouw”
‘’mosselen moeten op tiktok’’

Tot slot


De organisatoren sloten de conferentie af met een dankwoord aan de deelnemers, de sprekers en de sessie voorzitters, de tolken, de standhouders, de sponsors, de techniek en de mensen achter de schermen. Een snelle peiling onder de deelnemers over een vervolg liet zien: als het aan het publiek ligt, gaat die er komen! Voorlopige datum voor de 10e editie: 20 en 21 januari 2028.

De presentaties van lezingen vind u hier.

Aad Smaal, Jacob Capelle, Jaap Holstein & Jasper van Houcke, organisatie

Als u vragen heeft,
bel gerust

(+31) 622478877

of stuur een email naar info@schelpdierconferentie.com